De verschillende aspecten die worden aangebracht in de probleemstelling werden inderdaad teruggevonden in de bestudeerde media-uitingen. De verhoudingen waarin en de polarisatie tussen de verschillende stereotypes zijn toch niet altijd even problematisch.

Er komen slechts een paar afgebeelde advocaten echt overeen met het stereotype van de 'Good Lawyer'. Cher speelt met Kathleen Riley in Suspect ongetwijfeld de meest uitgesproken versie van deze moreel goede advocaat. Dustin Hoffman komt nochtans zeer dicht in de buurt met zijn vertolking van de naar gerechtigheid strevende Wendell Rohr. Deze laatste lijkt voor weinig problemen te zorgen. Reeds eerder in dit onderzoek werd echter geopperd dat de relatie tussen Riley en Sanger (Suspect) in de context van het Amerikaanse gerecht problematisch kunnen zijn. Dat rechtssysteem maakt namelijk zeer vaak gebruik van juryleden. De geloofwaardigheid van elke jury kan er zwaar onder lijden als er verdachtmakingen zijn van onpartijdigheid.

Ook het aantal advocaten die volledig onder de noemer 'Bad Lawyer' kan gebracht worden is zeer klein. Kevin Lomax (een rol van Keanu Reeves) is in The Devil's Advocate wel een duidelijk voorbeeld van dit stereotype. Charles Wheeler (Philadelphia) of Ravi Kapoor (Dostana) komen ook in de buurt, maar missen toch enkele belangrijke kenmerken. De afbeelding van Lomax kan echter wel als zeer problematisch gezien worden. De jonge, talentvolle en intelligente advocaat wordt voorgesteld als een harteloos wezen met een ambitie die destructief is voor zijn hele omgeving.

Het aantal 'overijverige advocaten' ligt wel wat hoger: Charlie Grimes in High Crimes, Daniel Rafferty in Laws of Attraction, Kathleen Riley in Suspect, Kevin Lomax in The Devil's Advocate en Sir Robert Morton in The Winslow Boy. Dit hoge aantal legt nogmaals het gevaar bloot waarvoor reeds werd gewaarschuwd in de probleemstelling. De man in de straat zal al snel uitzondelijke inspanningen verwachten van zijn advocaat, al is dit eigenlijk niet zijn of haar job. Bijna geen enkele advocaat kan voldoen aan het verwachtingspatroon dat geschapen wordt door de veelvuldige afbeelding van dit stereotype.

Er is geen sprake van een significant verschillende representatie van advocaten tussen de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, en de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw. Er is wel sprake van een duidelijk verschil in representatie van advocaten tussen de Amerikaanse en de Indische films in de selectie die gemaakt werd voor dit onderzoek. Als we dit bekijken in de culturele context waarin de films werden gemaakt (Hollywood vs. Bollywood) is er echter geen reden tot paniek. Hoogstwaarschijnlijk is de andere representatie te wijten aan de technische en culturele verschillen tussen de Amerikaanse en de Indische filmmarkt.

Over het gehele spectrum van kenmerken kunnen we echter spreken van een relatief gediversifiëerde representatie. Er is in het merendeel van de gevallen plaats voor nuance - slechts een klein aantal past echt in één van de twee uiterste stereotypes - wat zorgt voor een beperkte polarisatie tussen deze uitersten (de 'Good' en de 'Bad'). Vanzelfsprekend werden een groot aantal kenmerken van de 'Good Lawyer' en de 'Bad Lawyer' teruggevonden, maar aangezien ze bijna altijd slechts in kleine aantallen gegroepeerd waren, hoeft dit helemaal niet problematisch te zijn. Er zijn in het dagelijkse leven ook genuanceerde versies van de 'Good Lawyer' en de 'Bad Lawyer', en zolang deze nuances ook in de films aan bod komen, is er geen sprake van een problematische representatie.

We de analyse kort samenvatten door te besluiten dat er een problematische overpopulatie is van 'overijverige advocaten' in films, die kan zorgen voor een onvervulbaar verwachtingspatroon ten aanzien van de advocatuur. De representatie op de as tussen tegenpolen 'Good Lawyer' en 'Bad Laywer' is niet echt problematisch. Slechts in een beperkt aantal films ontbreekt de nodige nuancering.