Ik verwacht een vrij gepolariseerde representatie van advocaten. In de eerste films die ik bekeek naar aanleiding van dit onderzoek kwam ik meteen twee stereotiepe representaties tegen. Vanzelfsprekend verwacht ik ook genuanceerde versies van deze twee types tegen te komen - ik zal zelfs een poging ondernemen deze te zoeken. Naast deze twee duidelijke types verwacht ik een bijna constante representatie van de 'overijverige advocaat': een gedreven advocaat die veel verder gaat dan de cliënt van hem of haar vragen kan.

  1. Het stereotype van de 'Good Lawyer' Het stereotype van de 'Goede advocaat' wordt door Dustin Hoffman gespeeld in films als Runaway Jury en Sleepers. In beide films zet hij een rol neer die te typeren valt in een drietal kernwoorden: eerlijk/integer (voelt zich alleen goed als hij zelf gelooft dat zijn cliënt gelijk heeft, wil niet liegen over de feiten, en wil liefst volgens het boekje werken; alleen als hij de regels moet overtreden om tot een rechtvaardige uitspraak te komen durft hij zijn boekje te buiten gaan), idealist (de advocaat gelooft in het rechtssysteem en verdedigt zijn cliënt vanuit de overtuiging dat deze gelijk heeft) en intelligent (is vaak zeer vindingrijk in zijn pleidooien).
  2. Het stereotype van de 'Bad Lawyer' Het stereotype van de 'Slechte advocaat' is bijna een volledig spiegelbeeld van het stereotype van de 'Goede advocaat'. We kunnen in dit geval dus duidelijk spreken van een zeer uitgesproken polarisatie. Een korte samenvatting van wat een typische 'Bad Lawyer' is zou als volgt kunnen gaan: sluw (de advocaat is ècht zo glad als een aal), intelligent (maar haast altijd op een doortrapte wijze), leugenachtig (ziet het juridisch stelsel als een spel, en hanteert zijn leugens als een werktuig) en is gefixeerd op de overwinning (het doel is duidelijk: winnen - de waarheid vinden is irrelevant).
  3. Het stereotype van de overijverige advocaat Het stereotype van de overijverige advocaat staat volledig los van de twee eerder vermelde stereotiepes. Deze stereotiepe weergave toont de advocaat die voor zijn cliënt veel verder gaat dan men van een gewone advocaat zou verwachten. De overijverige advocaat bijt zich vast in de zaak en doet al het mogelijke (en soms zelfs het onmogelijke) om de onschuld -of schuld- van zijn cliënt of de tegenpartij te bewijzen. Deze advocaten bezitten vaak een ietwat altruïstische kant, en zijn echte workaholics. Een groot deel van zowel de 'Good Lawyers' als de 'Bad Lawyers' voldoet eveneens aan dit stereotype.